Wanneer is het genoeg? Over Joods zijn anno nu, angst en aliyah - OpinieZ
- 11 aug
- 7 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 21 aug
Over Joods zijn anno nu, angst en aliyah
Shanna Vink-Meijer - 10 augustus 2026 - zoals gepubliceerd op OpinieZ https://opiniez.com/2026/08/10/wanneer-is-het-genoeg/shannameijer/


OpinieZ-auteur Shanna Vink-Meijer liep donderdag mee in de solidariteitswandeling in Putten, een van de zeventien plaatsen in Nederland waar mensen in stilte langs synagogen en Joodse gedenkplekken lopen. Het bracht haar terug bij een vraag die haar al langer niet loslaat: wanneer is het voor Joden in Nederland genoeg?
Afgelopen donderdag liep ik mee met de eerste solidariteitswandeling in Putten. Ongeveer honderd mensen kwamen samen. Opperrabbijn Binyomin Jacobs en ik waren gevraagd om te spreken. Putten is inmiddels een van de zeventien plaatsen in Nederland waar deze wandelingen plaatsvinden. Binnenkort komen daar weer nieuwe plaatsen bij.
De wandeling
Wie bij een solidariteitswandeling denkt aan een demonstratie, heeft er een verkeerd beeld bij. Geen vlaggen. Geen spandoeken. Geen geschreeuw. Geen leuzen. Er wordt gelopen. In rust met diep respect. Waar het kan langs een synagoge, een voormalige synagoge, een Joodse begraafplaats, een monument of ander Joods erfgoed. Niet iedere plaats heeft zo’n zichtbare Joodse geschiedenis. Dat hoeft ook niet. Want tijdens deze wandelingen staan we niet alleen stil bij wat er ooit is gebeurd. We staan vooral stil bij wat er nú gebeurt. Bij het antisemitisme dat steeds zichtbaarder wordt. Bij de vraag hoe veilig wij nog zijn. Bij wat het betekent om in 2026 zichtbaar Joods te zijn in Nederland.
En misschien staan we vooral stil bij de mensen die zeggen: jullie staan niet alleen. Die mensen zijn er namelijk. Veel meer dan je zou denken wanneer je alleen naar sociale media kijkt of naar de beelden van de luidste demonstraties. Ik ontmoet ze overal. Tijdens lezingen, in kerken, bij bijeenkomsten en herdenkingen. Ik krijg berichten van wildvreemden die zeggen dat ze naast ons staan. Inmiddels zijn er zelfs mensen die tegen mij hebben gezegd: mocht het ooit nodig zijn, jullie kunnen bij ons terecht. Jullie kunnen hier onderduiken. Dat wordt uit liefde gezegd. Maar besef wat het met ons doet dat we dit gesprek überhaupt voeren.
Onderduiken. In Nederland. In 2026. Dat woord hoort voor mij bij onze grootouders. Bij de Shoah. Bij geheime adressen, valse namen en kinderen die bij andere gezinnen werden ondergebracht. Bij een geschiedenis waarvan we ieder jaar zeggen: nooit meer. Enerzijds ontroert mij dat. Anderzijds vind ik het angstaanjagend. Want hoe zijn we op een punt gekomen waarop het woord onderduiken überhaupt weer in de tegenwoordige of toekomstige tijd wordt gebruikt?
De leegte
Misschien kwam die gedachte afgelopen week nog harder binnen omdat ik in Kleve was. Ook daar leefde ooit een Joodse gemeenschap. Er was een synagoge. Er was een Joodse school. Er is nog altijd een Joodse begraafplaats. Tijdens de Kristallnacht werd de synagoge verwoest. Op de plek waar zij ooit stond, staat nu een monument. Ik stond daar en keek ernaar. En eigenlijk werd ik vooral geraakt door wat er níét was. De leegte. De synagoge kwam niet terug. De gemeenschap kwam niet terug. Kleve is daarin niet uitzonderlijk. Europa ligt vol met zulke plekken.
Voormalige synagogen. Joodse begraafplaatsen van gemeenschappen die nauwelijks meer bestaan. Struikelstenen voor huizen waarin geen Joodse gezinnen meer wonen. Monumenten. Plaquettes. Overal bewijs van Joods leven. Maar op zoveel plaatsen nauwelijks nog Joods léven. En terwijl ik daar stond, dacht ik iets wat ik een aantal jaren geleden misschien veel te dramatisch had gevonden: kan dat ook met ons gebeuren? Kan er een Nederland komen waar vooral nog wordt gesproken over waar Joden ooit woonden? Waar groepen toeristen straks langs een monument lopen dat vertelt over een gemeenschap die opnieuw vertrok? We worden nog beschermd
Laat ik daar duidelijk over zijn: wij leven niet in het Nederland van de jaren dertig of veertig. Als er concrete dreiging bestaat, worden wij beschermd. Onze scholen worden beveiligd. Synagogen worden beveiligd. Bijeenkomsten worden beveiligd. De overheid draagt daar ook aan bij. Tegelijkertijd drukken veiligheidsmaatregelen al jarenlang zwaar op onze eigen instellingen en gemeenschappen. Ook dát zijn we normaal gaan vinden. Lees die zinnen nog eens. Wat zegt het eigenlijk over de vrijheid van een gemeenschap wanneer beveiliging een vanzelfsprekend onderdeel is geworden van het kunnen leven naar je eigen identiteit?
Maar mijn grootste angst gaat niet eens over vandaag. Mijn angst gaat over morgen. Wat als de stemming verder verandert? Wat als de schreeuwende minderheid steeds meer invloed krijgt? Wat als een toekomstige regering besluit dat onze veiligheid minder belangrijk is? Wat als we niet meer voldoende worden beschermd? Wanneer weet je dat het genoeg is?
De les van toen
En daarmee kom ik steeds weer bij de geschiedenis terecht. Bij de Joodse Raad. Ik vind dat ingewikkeld om over te schrijven. Wij hebben namelijk iets wat de mensen die toen beslissingen moesten nemen niet hadden: kennis van de afloop. Op z’n Nederlands gezegd: achteraf kijk je een koe in de kont. Ik ga hier niet arrogant vanuit 2026 eenvoudig zeggen wat zij hadden moeten doen. Maar hun geschiedenis roept bij mij wel een vraag op waar ik niet vanaf kom. Wanneer weet je dat het genoeg is? Wanneer weet je dat hopen niet meer verstandig is?
Wanneer wordt aanpassen gevaarlijk? Zoals een pet over je keppel heen dragen, geen Hebreeuws praten op straat. Je mezoeza van de deurpost, je davidster in je trui stoppen, je lidmaatschap opzeggen van een Joodse vereniging omdat je bang bent voor een hack, etc. Wanneer verandert “het zal wel meevallen” in iets wat je jezelf vertelt omdat het alternatief te beangstigend is? Wij weten waar de trein eindigde. Dat is precies wat mij bang maakt. Want achteraf herkennen we het gevaar altijd. Achteraf weten we wanneer iemand had moeten vluchten. Achteraf weten we wanneer mensen hadden moeten opstaan. Maar hoe weet je dat wanneer je midden in je eigen tijd staat?
Wanneer blijf je omdat je weigert je te laten wegjagen? Wanneer ga je de strijd aan? En wanneer is blijven geen moed meer, maar het risico dat je te lang hebt gewacht?
Nu hebben we Israël
Er is gelukkig één immens verschil. Wij hebben Israël. Er bestaat een Joodse staat waar wij naartoe kunnen. Dat is een voorrecht dat onze voorouders niet hadden toen grenzen voor hen dichtgingen en vrijwel niemand hen wilde hebben. Maar ook daar wordt soms zo gemakkelijk over gesproken. “Dan ga je toch naar Israël?” Alsof dat niets is. Alsof je even verhuist. Afgelopen week vertrok een vriend van mij naar Israël. Hij maakte aliyah. We hebben op verschillende plekken afscheid van hem genomen en ik merkte hoe emotioneel dat eigenlijk was. Want het klinkt zo mooi: aliyah maken, thuiskomen in Israël.
En voor hem is dat óók zo. Maar hij laat hier tegelijkertijd een leven achter. Mensen van wie hij houdt en mensen die van hem houden. Op een van die momenten zei hij iets wat sindsdien door mijn hoofd blijft spoken. “Nu kan ik tenminste nog het vliegtuig pakken.” En misschien is dát wel de grootste verandering in mij sinds 7 oktober. Mijn vanzelfsprekende vertrouwen is weg. Daar kom ik steeds weer op uit. Wanneer is het genoeg? Aliyah maken betekent niet alleen een vliegticket kopen. Wanneer je jonge kinderen hebt. Een huis. Een hypotheek. Werk. Een carrière die je jarenlang hebt opgebouwd. Familie en vrienden. Kinderen die hier op school zitten. Wanneer je nauwelijks Hebreeuws spreekt en in een ander land opnieuw je brood moet verdienen.
Dus nee. “Dan ga je toch naar Israël?” is geen antwoord. Israël is onze veilige haven. Maar Israël mag nooit het excuus van Nederland worden om zijn Joden te laten vertrekken. Wij horen namelijk óók hier. De schreeuwers en de stilte
Binyomin Jacobs zegt geregeld dat de schreeuwers misschien tien procent zijn en dat negentig procent stil is. Ik hoop dat hij gelijk heeft. Ik dénk zelfs dat hij gelijk heeft. Ik heb die mensen donderdag in Putten gezien. Ik ontmoet ze overal. Mensen die helemaal niet accepteren wat er gebeurt. Mensen die naast ons staan. Mensen die werkelijk geschokt zijn door het antisemitisme dat weer zichtbaar is geworden. Maar juist daarom wil ik iets tegen die mensen zeggen. Wees niet meer zo stil. De schreeuwers zijn luid. Online zijn ze overal. Op straat zijn ze zichtbaar.
En wanneer negentig procent zwijgt en tien procent schreeuwt, lijkt het uiteindelijk alsof die tien procent Nederland vertegenwoordigt. Dat doet iets met ons. Na de oorlog werd vaak gezegd: Wir haben es nicht gewusst. Over wie precies wat wist en wanneer, kunnen historici discussiëren. Maar wij kunnen ons daar niet meer achter verschuilen. Wij weten het. We weten waartoe antisemitisme kan leiden. We weten wat er gebeurt wanneer een samenleving stap voor stap went aan de uitsluiting van een kleine minderheid. We weten hoe Europa eruitziet wanneer Joods leven verdwijnt. Ga naar Kleve. Kijk naar die lege plek.
Ga naar de duizenden andere steden en dorpen in Europa waar een monument vertelt dat wij er ooit waren. Wij weten hoe leegte eruitziet. En wij zeggen nu ook hardop dat we bang zijn. Dus niemand kan later zeggen: we hebben het niet geweten.
Ik wil blijven
Ik wil helemaal niet weg. Ik wil niet dat onze kinderen moeten besluiten dat ze ergens anders veiliger zijn. Ik wil niet dat wij opnieuw verdwijnen uit Europese steden totdat alleen de begraafplaats, de struikelstenen en een monument nog vertellen dat we er ooit waren. Ik wil niet dat wij alleen geschiedenis worden. Ik wil dat Nederland zijn Joden behoudt. Maar dat kunnen wij niet alleen. Daar hebben we die stille meerderheid voor nodig. Misschien is dat uiteindelijk wat ik donderdag in Putten zag. Het was mooi. Het gaf mij hoop.
Maar het zette mij ook opnieuw aan het denken. Want misschien is rustig meelopen niet het eindpunt. Misschien is het het begin. Misschien moet die stille meerderheid zich realiseren dat haar stem nu nodig is. Niet wanneer de synagogen leeg zijn. Niet wanneer de Joodse scholen gesloten zijn. Niet wanneer steeds meer gezinnen aliyah hebben gemaakt. Niet wanneer er uiteindelijk weer een monument moet worden neergezet om te vertellen wie hier ooit leefden. Nu. Ik weet nog steeds niet wat het antwoord is op de vraag die mij bezighoudt. Wanneer is het genoeg?
Wanneer blijf je? Wanneer vecht je? Wanneer vertrek je? Misschien bestaat daar geen helder moment voor. Maar één ding weet ik inmiddels wel. Als Nederland zijn Joden wil behouden, dan kan Nederland niet wachten met opstaan totdat wij al weg zijn.
De schreeuwers zijn luid. Maar de stilte is oorverdovend.





Opmerkingen